THEORIE-EXAMEN

Vraag 1. Welke bewering is juist ?




Vraag 2. Als u alleen speelt...




Vraag 3. Als u een slag naar de green wilt doen, ziet u dat baanpersoneel de green aan het maaien is. Wat doet u:




Vraag 4. Uw bal ligt door de baan naast een konijnenhol. Tijdens het adresseren van de bal staat u met een voet in het hol. Wat zeggen de Regels?





Vraag 5. Tijdens een slag in de rough verbuigt de steel van uw stok. De speelkenmerken van de stok zijn dus veranderd. Wat is juist?





Vraag 6. Grond in Bewerking (GUR) wordt in het algemeen gemarkeerd door:





Vraag 7. MATCHPLAY. In een foursome-wedstrijd ligt uw bal op de green. U geeft uw partner een lijn voor het putten, maar raakt daarbij met de vlaggenstok de puttinglijn. Wat nu?




Vraag 8. STROKEPLAY. Nadat u een hole hebt uitgespeeld, slaat u buiten de green nog een paar oefen-chips naar de hole. Welke straf krijgt u daarvoor?





Vraag 9. STROKEPLAY. Uw bal ligt naast een struik. U slaat de bal, maar bij de opzwaai van uw stok voor de slag breekt u een tak van de struik. Wat zeggen de Regels?




Vraag 10. De grens van een waterhindernis behoort te worden gemarkeerd door:





Vraag 11. STROKEPLAY. Een speler vindt zijn bal onder een struik. Om zijn swing te kunnen maken buigt hij voorzichtig een tak opzij en om te voorkomen dat de tak terug veert haakt hij hem achter een andere tak. Vervolgens slaat hij de bal. Wat is juist?





Vraag 12. In welke van de volgende gevallen mag u een provisionele bal spelen?





Vraag 13. MATCHPLAY. Een speler slaat op de afslagplaats voor zijn beurt. Welke bewering is juist?






Vraag 14. STROKEPLAY. U slaat de bal van BUITEN de green in de hole. De bal raakt echter de vlaggenstok, die in uw opdracht door uw mede-competitor wordt bewaakt. Wat zeggen de Regels?




Vraag 15. De bal van een speler komt terecht op een verfstreep op de grond die door de Commissie is aangebracht om het publiek te leiden. Wat is de ruling?




Vraag 16. STROKEPLAY. Een speler heeft zijn bal in een diepe kuil naast de green geslagen. Hij vraagt zijn mede-competitor om TIJDENS de slag bij de hole te gaan staan en de vlaggenstok recht boven de hole te houden, zodat hij zijn speellijn nauwkeurig kan bepalen. Wat zeggen de Regels?





Vraag 17. STROKEPLAY. Een speler slaat zijn bal in een waterhindernis. Hij dropt zijn bal, met één strafslag, achter de waterhindernis, maar op een verkeerde plaats. Vóórdat hij slaat maakt zijn mede-competitor hem erop attent. Wat moet de speler doen?





Vraag 18. De Wedstrijdcommissie geeft bij een wedstrijd met handicapverrekening kaarten mee aan de spelers waarop hun naam, datum en handicap staan vermeld. De handicap van een van de competitors staat verkeerd op de kaart (10 ipv 7). De competitor ondertekende na de eerste ronde zijn kaart en leverde hem in, zonder de fout te herstellen. Wat nu?





Vraag 19. STROKEPLAY Je bal ligt in de bunker, tegen de hoge kant. Je verklaart de bal onbespeelbaar. Wat is juist:





Vraag 20. Speler A heeft EGA Handicap 27,7 en speelt een Stableford-wedstrijd. De speler krijgt 26 handicapslagen. Zijn bruto score is op de scorekaart afgedrukt.

Nr

Par

Index

Bruto

Stblf.

1

4

17

6

 

2

5

11

8

 

3

4

15

6

 

4

3

9

6

 

5

4

13

6

 

6

3

3

3

 

7

5

5

8

 

8

4

1

7

 

9

4

7

5

 

Out

36

 

55

 

Bereken het aantal Stablefordpunten dat hij over 9 holes heeft behaald. Aantal Stablefordpunten: